Jannette van Belen: ‘Het militair WK was voor mij een deceptie’

Jannette van Belen: ‘Het militair WK was voor mij een deceptie’

Jannette van Belen: ‘Het militair WK was voor mij een deceptie’

7 nov 2023

Ze is niet alleen de lange en sterke spits van Telstar, maar ook van het Nederlands militair elftal. Jannette van Belen (25) – werkzaam als militair bij Defensie – nam afgelopen zomer deel aan het militair wereldkampioenschap voetbal. Een toernooi waarnaar ze maandenlang uitkeek, maar dat voor haar anders verliep dan gehoopt.

Aanvallen is wat Van Belen op het voetbalveld het liefste doet. Maar in haar werk bij Defensie is ze vooral bezig met verdedigen. Twee jaar lang werkte ze bij de Marechaussee in Den Haag als bewaker en beveiliger.

Nadat de aanvaller in 2019 een transfer maakte van FC Rijnvogels in de Topklasse naar ADO Den Haag in de Eredivisie, kreeg zij binnen Defensie een nieuwe functie. Sindsdien zijn haar werkzaamheden een stuk minder spectaculair. Ze werkt nu op kantoor en heeft een administratieve functie. Vier ochtenden in de week, voordat ze zich ’s middags op het trainingsveld weer richt op aanvallen in plaats van verdedigen.

‘Werken bij Defensie is voor mij een droombaan’, zegt de spits van Telstar. ‘Ik ben altijd al een stoer type geweest. Als klein meisje hield ik al van voetbal. Uniformberoepen trokken mij. Mijn vader zit bij de brandweer, dat leek mij ook wel wat. Uiteindelijk is het dus Defensie geworden. Ik heb het naar mijn zin. Ik zit hier echt op mijn plek.’

Militair WK in Nederland

Als militair werd Van Belen in 2018 uitgezonden naar Texas in de Verenigde Staten. Niet op missie, maar om uit te komen voor het Nederlands militair elftal. Oranje nam deel aan het wereldkampioenschap. De ploeg strandde uiteindelijk in de groepsfase. ‘Spelen voor het Nederlands militair elftal vind ik onwijs bijzonder. Je komt niet alleen voor je land uit, maar ook voor je werk. Het ene moment zit ik op kantoor achter mijn bureau. Het andere moment sta ik op een voetbalveld, nota bene op een WK.’

Jannette van Belen met het militair elftal op het WK in Texas, in 2018

Hoogtepunt van haar militaire interlandloopbaan had het wereldkampioenschap van afgelopen zomer moeten worden, in eigen land. Op de velden van Spakenburg en IJsselmeervogels ging Nederland de confrontatie aan met elf andere landen. Het ging er serieus aan toe. Twee weken lang overnachtte de ploeg in een hotel in Amsterdam. Op niet-wedstrijddagen werd er getraind. ‘Net als bij echte interlands werd vooraf het volkslied gedraaid. Dat vind ik echt iets moois hebben. Vooral de eerste keer staat het kippenvel op je armen.’

Als enige speelster uit de Eredivisie waren alle ogen op het WK natuurlijk gericht op Van Belen. Het toernooi was voor haar de uitgelezen kans om eindelijk weer wat wedstrijdritme op te doen. Al langer dan een jaar stond ze met een blessure aan de kant. In mei 2022, in wat achteraf haar laatste competitiewedstrijd voor ADO Den Haag was, scheurde zij haar kruisband af. ‘Ik kon niet wachten om eindelijk weer een wedstrijd te spelen.’

Uitgevallen met een blessure

Dan klinkt er een cynisch lachje. Het liep allemaal anders. Ze vertelt over de eerste poulewedstrijd op het WK, tegen Ierland. Vijf minuten nadat ze als invaller binnen de lijnen kwam, raakte ze in botsing met de keeper. ‘Ik dacht gelijk: dit is foute boel. Wéér mijn knie. Wéér die kruisband. Ik had gigantisch veel pijn.’

Van Belen liet zich direct wisselen. Hoewel binnen een paar dagen bleek dat ze haar kruisband toch niet had gescheurd, maar ‘slechts’ een binnenband had verrekt, ging er voor haar een streep door de rest van het WK. Nederland plaatste zich voor de halve finale, maar zonder de spits uit de Eredivisie binnen de lijnen. Het doet haar nog steeds pijn. Dat Oranje uiteindelijk knap als vierde is geëindigd, is voor haar een pleister op de wond.

Inmiddels is Van Belen weer fit. Bij Telstar heeft ze een basisplaats veroverd. ‘Maar het WK is voor mij geëindigd in een deceptie. Mocht ik eindelijk weer voetballen, raakte ik opnieuw geblesseerd. Dat kwam hard aan. De rest van het toernooi mocht ik gelukkig wel bij mijn team blijven. Daar heb ik echt van genoten. En uiteindelijk hebben we best een goede prestatie geleverd.’