Douma speelt met hoofdbescherming: ‘Mensen zijn vooral nieuwsgierig waarom ik het draag’

Douma speelt met hoofdbescherming: ‘Mensen zijn vooral nieuwsgierig waarom ik het draag’

Douma speelt met hoofdbescherming: ‘Mensen zijn vooral nieuwsgierig waarom ik het draag’

Natuurlijk herken je Wiëlle Douma (23) aan haar blonde paardenstaart of felgekleurde schoenen. Maar vaak is ze ook ‘die speelster met de zwarte hoofdband’. De verdedigster van ADO Den Haag speelt al jarenlang met hoofdbescherming. En dat is niet zonder reden.

Van veraf lijkt het op een doodnormale zweetband. Oké, misschien wat dikker dan anders. Maar wie dichterbij komt, ziet geen stof maar schuimrubberen kussentjes. ’Volgens mij ben ik de enige in de Eredivisie die er een draagt’, zegt Douma.

‘De band’ is de speciale hoofdbeschermer van Douma. Op haar voorhoofd, bij haar slapen en op haar achterhoofd zit extra dempende bescherming. Het zorgt ervoor dat ze vrijuit kan koppen of duels kan aangaan zonder dat ze zich zorgen hoeft te maken om haar hoofd. Acht jaar geleden liep de verdedigster namelijk een zware hersenschudding op.

Douma is vijftien jaar als ze met Jong Heerenveen tegen Barendrecht speelt. Jonge, fragiele meiden staan tegenover senioren, die grover zijn gebouwd en sterker. ‘Ik wilde een bal voor mijn tegenstander wegtikken’, haalt ze terug. ‘Zij verwachtte dat ze ‘m nog kon spelen. In plaats van dat ze ‘m raakte, trapte ze mijn benen vol onderuit. Ik viel voorover en klapte met mijn hoofd op het gras.’

Voetballen gaat goed, school is een hel

In eerste instantie lijkt Douma niets te hebben. Haar schouders doen wel wat pijn en ze is moe. De weg van Zuid-Holland naar Friesland slaapt ze aan één stuk door. ‘De dagen erna kreeg ik hoofdpijn. Dat werd alleen maar erger. Ik bleef drie weken thuis. Erna mocht ik weer rustig voetballen. Het hielp: ik voelde me relaxed en ontspannen. School daarentegen was verschrikkelijk. In drukke ruimtes kreeg ik nog meer hoofdpijn. Geluiden kon ik niet meer filteren, want ze kwamen als één grote brij binnen. Lezen lukte me ook niet meer. Bizar.’

Douma belandt opnieuw thuis. Een periode van weken thuisblijven, langzaam opbouwen en weer thuiszitten volgen elkaar op. Wanneer ze niet naar school gaat, mag ze ook niet voetballen. Toch maakt ze in die periode haar debuut in het eerste van Heerenveen. ‘Het gekke was dat voetballen heel erg goed ging. Ik was buiten en had frisse lucht om me heen. Zodra ik binnen was, kreeg ik hoofdpijn. Als we krachttraining deden, videobespreking hadden of wanneer ik naar school moest.’ 

Wiëlle Douma kan met haar hoofdband vrijuit duels spelen

Uiteindelijk duurt het zeker een jaar voordat ze weer compleet de oude is. Met veel rust en wekelijkse bezoeken aan het revalidatiecentrum in Beetsterzwaag op de afdeling Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) krabbelt ze op. Tussendoor zoeken haar ouders en zij naar manieren om haar hoofd beter te beschermen. Ze beseffen dat een nieuwe blessure blijvende schade kan veroorzaken. De verdediger en haar ouders komen in hun zoektocht een band tegen die zwakke plekken van het hoofd beschermt. ‘Bij het vrouwenvoetbal droeg alleen Kirsten van de Ven zoiets. En in de Premier League speelde de Tsjechische doelman Petr Čech met een helm. Verder waren er maar weinig spelers. Althans, die ik kende. Er was in die tijd minder aandacht voor hoofdbescherming. Dat is tegenwoordig gelukkig steeds meer.’

Niet lang aan de band hoeven wennen

Douma heeft inmiddels al drie banden versleten. Ze traint af en toe zonder haar bescherming, maar draagt ‘m elke wedstrijd. En dat is ze ook nog lang van plan om te doen. ‘Ik kan niet meer zonder. Ik heb er ook niet lang aan hoeven te wennen. Natuurlijk is-ie in het begin wat stug. Maar hoe langer je ‘m draagt, hoe beter hij naar je hoofd vormt. Je moet het wat tijd geven.’

‘Ik heb nog nooit vervelende reacties gekregen. Mensen zijn vooral nieuwsgierig waarom ik er een draag. Ik zou ‘m ook iedereen aanraden: jong, oud, of je nou ooit hersenletsel hebt gehad of niet. Uiteindelijk hebben we allemaal maar één hoofd. Die heb je nodig voor het voetbal. Maar ook voor je maatschappelijke carrière.’